Wo2Slachtoffers.nl

Goldstein, Samuel

Geboortedatum:
1 december 1917 (Amsterdam)
Overlijdensdatum:
6 september 1944 (Westerbork)
Begraven op:
Nederlands Ereveld Loenen te Loenen
Vak: A. Graf: 865.

Biografie

Woonde in Amsterdam, von Zesenstraat 78-I. Gehuwd (twee kinderen). Tramconducteur. Nederlands Israëlitisch. Samen met vier anderen in het verzamelkamp Westerbork verblijvende joden ondernam Goldstein een vluchtpoging. Terwijl ze net van plan waren de prikkeldraadomheining van het kamp kapot te knippen werd er in het kamp gefloten door een bewaker. Dat betekende vrijwel altijd appèl. Hartog Walvis, die tot het vijftal behoorde, keerde terug na het nutteloze van deze missie te hebben ingezien. 's Avonds om ongeveer 21.00 uur zagen leden van het Nederlandse Politiebataljon Amsterdam, die daar bewakingsdiensten uitvoerden, de vier overigen geheel ontkleed in de kampgracht. Ze vuurden enkele schoten af, waardoor de SS-bewaking werd gealarmeerd en de vier weer deels geklede mannen konden worden aangehouden. SS Sturmbannführer en Regierungsrat Erich Deppner beval dat ze gefusilleerd moesten worden. De Duitse SS'ers Unscharführer Edmund Xaver Breil (10 november 1919 Gelsenkirchen), Erich Lemke en Heinrich Lubbecke alsmede de Nederlandse SS'er Hans Johannes Otto von Henning (28 september 1919 Rotterdam) voerden de executie uit met nekschoten. De slachtoffers moesten zich opstellen tegen de zijmuur van het in het kamp aanwezige crematorium. Goldstein bleek niet dodelijk te zijn geraakt door een kogel uit het vuurwapen van de Rotterdammer. Na de schietpartij slaagde de gewonde Goldstein er in naar de tandheelkundige kliniek van het kamp te kruipen. De daar nog werkzame joodse tandarts Heinz Wolf hoorde lawaai en ontdekte voor de deur de bebloede Goldstein. Onderzoek leerde dat de kogel naast de wervelkolom terecht was gekomen en in de bovenkaak was blijven hangen. Het hoofd van de medische kampdienst dr Friedrich Spanier lichtte kampcommandant Albert Konrad Gemmeke (27 september 1907 - 30 september 1982 Düsseldorf) in. Die beval dat Goldstein een dodelijke injectie moest worden toegediend. Spanier weigerde, maar wel kreeg hij een niet dodelijk sterkwerkend slaapmiddel ingespoten door de arts Noach Speyer. Vervolgens is Goldstein door twee leden van de Ordedienst per draagbaar naar de hal van het crematorium gebracht en daar door Breil met enkele schoten in het hoofd gedood. De overige drie gevangenen, John Ancona (8 december 1919 Hilversum), Johan Frederik Theodoor Engers (7 juni 1919 Batavia, N.I.) en Ernst Katan (30 april 1923 Hilversum) zijn kort na hun mislukte ontsnapping gefusilleerd. Oorspronkelijk is het lichaam van Goldstein begraven op een geheime plek in het kamp. In 1948 wees een ex-kampbewaker van Westerbork deze plek aan, waarna het Asser Openbaar Ministerie gelastte tot opgraving. De stoffelijke resten zijn gecremeerd. In 1990 vond bijzetting van de urn plaats in Loenen.

Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

Bronnen

Informatie:
- OGS Gedenkboek 36 - Amersfoort, Vught, Westerbork, Oorlogsgravenstichting.
rchief Jack Kooistra. Joods Monument. Overlijdensakte 48 d.d. 8 november 1944 gemeente Westerbork.