Wo2Slachtoffers.nl

Eeghen, van, Esmée Adrienne

Geboortedatum:
7 juli 1918 (Amsterdam)
Overlijdensdatum:
7 september 1944 (buurtschap Paddepoel, gemeente Noorddijk)

Biografie

Woonde in Baarn. Dochter van directeur Amstel Brouwerijen in Amsterdam Reginald Hendrik van Eeghen (26 mei 1889 Londen, G.B. - 1 februari 1936 San Francisco, USA) en jonkvrouwe Minette Adrienne van Lennep (21 mei 1892 Soerabaja, Ned.Ind. - 29 mei 1975 Haarlem). Ongehuwd. Leerling-verpleegster. Binnen het verzet en met name in Friesland was zij letterlijk en figuurlijk een vreemde eend in de bijt. Haar mondaine verschijning paste niet geheel in het beeld van de toenmalige Friese bevolking en viel dus op. Met haar gebekte percussie overmeesterde deze chique dame de meer behoudende Friese verzetslieden. Voor haar ondergrondse arbeid oogstte deze intellectuele attractieve uit de society stammende vrouw veel lof. Anderzijds wantrouwde niet alleen de Duitse Sicherheitsdienst haar, maar ook een deel van de illegaliteit. Op 7 september 1944 werd Esmée door dertien kogels gedood ter hoogte van het Groninger Noorddijk en vervolgens in het Van Starkenborghkanaal gedumpt. Het lichaam werd een dag later uit het water gehaald. Haar horloge was stil blijven staan op 22.47 uur. Het moment van de door de SD-Untersturmführer Ernst Knorr, leider van het Referat 4A1 van de Sipo en SD in Groningen uitgevoerde executie. Tegelijkertijd met haar werd het lid van de KP-Noord-Drenthe Luitje Kremer (16 januari 1920 Uithuizen) doodgeschoten door de SD-opperwachtmeester Pieter Johan Faber. Knorr pleegde op 7 juli 1945 zelfmoord in de Scheveningse gevangenis en Faber is op 9 juni 1948 na een uitgesproken doodvonnis wegens oorlogsmisdaden gefusilleerd. De elegante en voor iedere Fries fascinerende Esmée kwam op 25 juni 1943 in Leeuwarden terecht en kreeg een kosthuis in de Pieter de Hoogstraat. Zij opereerde onder de schuilnamen Esmé, Erika en Sjoerdje de verpleegster. Opvallend detail was dat zij binnen betrekkelijk korte tijd de Friese taal uitstekend onder de knie had. Toch accepteerden velen haar met de nodige reserve. Was zij eigenlijk wel betrouwbaar? bleef de overheersende vraag. Vooral toen zij in het voorjaar van 1944 werd gesignaleerd in gezelschap van Duitsers. Bovendien kwam aan het licht dat Esmée een zeer vriendschappelijke verhouding aanknoopte met de Duitse Oberzahlmeister (eerste luitenant bij de administratie) Hans Schmälzlein aan de Emmakade 54 in de Friese hoofdstad. Deze Duitser is tijdens de bezetting niet de meest beroerde figuur geweest, maar op zijn zachtst gezegd is het zeer bevreemdend dat een type vrouw als Esmée zich op intieme wijze inliet met een lid van de vijandelijke macht. Gearmd liep het paar zelfs op klaarlichte dag door Leeuwarden. Opvallend gedrag van een verzetsstrijdster in het heetst van de oorlog. Mysterieus is eveneens dat zij ooit tegen Schmälzlein heeft gezegd "deutschfreundlich" te zijn, zoals blijkt uit een brief die zij eens schreef aan haar amant. Volgens de Nederlandse SD'er Zacharias Sleijer is Schmälzlein na de dood van Van Eeghen voor straf naar het Oostfront gestuurd. Destijds circuleerde in Leeuwarden ook een foto, waarop de flamboyante vrouw Esmée staat afgebeeld in feestelijke sfeer. Oud KP-leider Pieter Wijbenga, van wie in verzetskringen algemeen bekend was dat hij van Esmée gecharmeerd raakte, vertrouwde haar echter niet helemaal. Datzelfde gold ook voor ex-koerierster Tiny (alias Zwarte Tiny) Mulder. Tiny mocht haar graag vertelde zij eens in een interview, maar was achterdochtig ten opzichte van haar vanwege "de avontuurlijke trek in haar". Haar toenmalige hospita, mevrouw Riek Stienstra-Kamp kreeg in de loop van 1944 in de gaten dat haar kostgangster niet helemaal pluis was en vanaf dat moment wantrouwde zij Esmée. Desalniettemin bleef Esmée een aardige beschaafde en innemende vrouw. Hans Deinum, één van de mannen die op 8 december 1944 mede de beroemde gevangeniskraak in Leeuwarden uitvoerde, was toen ook ondergedoken bij mevrouw Stienstra. Met veel overtuiging heeft Deinum, beslist niet één van de meest spraakzame mensen, na de oorlog gezegd dat iedereen binnen de KP wist dat Esmée bevriend was met een Duitse officier. Ondanks deze verhouding ging ze door met haar illegale werk. "Als zij hoorde dat er razzia's in aantocht waren, vertelde zij dat aan ons", verklaarde Deinum anno 1981 in het Leeuwarder Verzetsmuseum aan uw auteur. In haar sensualiteit en vermoedelijk dominante overredingskracht papte Esmée eveneens aan met de bekende Friese verzetsstrijder Krijn van den Helm. Dit gegeven was binnen de illegaliteit een publiek geheim dat niet overal met begrip werd ontvangen. Pieter Wijbenga zei hierover eens: "Krijn was zijn vrouw trouw, in zoverre dat hij niet bij haar weg ging". Van Eeghen werd voor de KP pas echt gevaarlijk na 15 juli 1944, de dag van de overval door de SD op het kaaspakhuis van de firma K. Tamminga & Zn in Leeuwarden. Die dag, door de illegaliteit Zwarte Zaterdag genoemd, viel de gehele administratie van het Friese verzet in handen van de Duitsers. Het verzet legde de zaak Esmée van Eeghen voor aan het onder leiding van de latere politiecommissaris Anno Houwing staande Veemgericht. Er kwam een voor haar ongunstige uitspraak uit met als straf liquidatie. Krijn van den Helm verzette zich hevig tegen de uitvoering hiervan, nadat Houwing droogweg had gezegd: "De kogel voor haar". Wel is Esmée geadviseerd uit Friesland te verdwijnen. Inderdaad is zij na Houwing's uitspraak niet meer in Friesland gesignaleerd, omdat ze wist wat haar lot zou zijn. Begeleid door Schmälzlein vertrok zij naar familie in Baarn. Na de oorlog verklaarde de Friese SD-handlanger Francois Exaverius Lammers aan de Politieke Opsporingsdienst dat hij Esmée graag in handen had willen hebben. Hij verdacht haar ervan betrokken te zijn geweest bij de liquidatie van zijn beste vriend Sikke Wolters in Heerenveen. Van Eeghen werd na verraad van de jodin Bep Hartog op 9 augustus 1944 op het Centraal Station in Amsterdam gearresteerd door de SD'er Pieter Johan Faber en SD Hauptscharführer Helmuth Schäper. Beide dames gaven elkaar een (judas)kus, waarna de beide SD'ers het varkentje snel wasten in een naburig café. Bep werd in Augustus 1945 door de P.O.D. gearresteerd en op 13 november 1946 veroordeeld tot twaalf jaar rijkswerkinrichting. Oorspronkelijk was haar de doodstraf opgelegd. Advocaat-fiscaal Langemeijer zei over Esmée: "De nagedachtenis van mejuffrouw Van Eeghen verdient in ere te blijven als die van een illegale werkster van grote moed en toewijding". In Leeuwarden verbleef zij enige tijd op het adres Pieter de Hooghstraat 39.

Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

Bronnen

Informatie:
Overlijdensakte 39/1945 gemeente Noorddijk.