Wo2Slachtoffers.nl

Brommet, Hartog

Geboortedatum:
9 februari 1871 (Veendam)
Overlijdensdatum:
9 april 1943 (Amsterdam)

Biografie

Woonde in Amsterdam, Reggestraat 3-I. Zoon van koopman Liepman Brommet (14 november 1840 Ommelanderwijk, gemeente Veendam Ė 30 november 1910 Veendam) en Sara Dšnneboom (15 maart 1839 Staphorst Ė 2 januari 1894 Molenstreek, gemeente Veendam). Huwde op 1 juni 1894 met Frouke Wolf (7 januari 1874 Stadskanaal, gemeente Onstwedde). Onderwijzer/commies strafgevangenis Breda. Nederlands-IsraŽlitisch. Na zijn pensionering in 1936 vestigde Brommet zich met zijn vrouw en dochter Josephine (1*) in Amsterdam. Op de avond van 9 april 1945 gingen twee mannen van het Bureau Joodsche Zaken naar de woning aan de Reggestraat. Zij verschenen op het tijdstip waarop dochter Fien gewoonlijk bij haar ouders langskwam. Het duo, onder wie de Nederlander Arend Scholte Warrink uit Nieuw-Weerdinge, wilde het oudere joodse echtpaar oppakken. De Provinciale Drentsche en Asser Courant schrijft in 1949 in haar verslag over de strafzaak tegen Scholte Warrink: 'Nadat hij en een Duitser de deuren geforceerd hadden en de kamer binnentraden, sprong mevrouw Brommet uit het raam van de 1ste etage. De heer Brommet had zich in de keuken opgesloten. Toen zij de deur op een kier openden, roken zij gas en de heer Brommet dreigde het gas aan te steken, als hij verder kwam. Zij konden hem op het aanrecht zien staan en de Duitser gaf hem (Warrink) opdracht te schieten. Deze gaf hieraan gehoor en de oude man viel dood op de vloer neer.' De Drent droeg zelf in belangrijke mate bij aan het bewijs. In brieven aan zijn verloofde en latere vrouw beschreef hij uitvoerig zijn 'heldendaden'. Zo ook bij de inval in de woning van de familie Brommet (2*). Na de oorlog had zijn echtgenote nog geprobeerd de brieven te verstoppen, maar de politie had ze toch gevonden. Mevrouw Brommet-Wolf was indertijd in de tuin aangetroffen. Ze had zich niet ernstig bezeerd. Drie weken later werd zij in het Duitse vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dochter Josephine overleefde de oorlog, net als een oudere zus. Twee broers, Liepman Brommet en Joel Bromet, kwamen om op 16 december 1942 in Mauthausen, respectievelijk 9 mei 1945 ergens in Midden-Europa. Scholte Warrink werd eind mei 1949 in Assen door het Bijzonder Gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaar, nadat de procureur-fiscaal levenslang tegen hem had geŽist (3*, 4*)
(1*) Josephine Hermine Brommet (23 april 1905 Norg).
(2*) Hij meldde in de bewuste brief dat hij in het 'jodenhuis' een paar splinternieuwe kousen had gevonden, die hij voor haar mee zou nemen.
(3*) 'De jeugdige leeftijd van deze bandiet', schreef het communistische dagblad De Waarheid, 'verhinderde de procureur de zwaarste straf te eisen.'
(4*) Scholte Warrink was wachtmeester van de marechaussee. Hij liet zich 'bijscholen' door de nationaalsocialistische politieopleiding in Schalkhaar. In Amsterdam zou hij volgens het rechtbankverslag hulpagenten moeten 'africhten' maar hij werd ingeschakeld bij de jacht op Amsterdamse joden. Later was hij betrokken bij arrestaties en mishandelingen in Drenthe.

Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

Bronnen

Informatie:
Site maxvandam.info (Ad van Liempt, Frieda Ė verslag van een gelijmd leven); site wiewaswie.nl; site genver.nl (familysearch.org); Oorlogsgravenstichting; Doodstraf geŽist tegen A.K.D.-man Zuyderduyn (met verslag strafzaak tegen Scholte Warrink), Provinciale Drentsche en Asser Courant, 27 april 1949, site delpher.nl; Levenslang geŽist tegen Warrink, Provinciale Drentsche en Asser Courant, 24 mei 1949, site delpher.nl; Levenslang geŽist tegen Drents wachtmeester, De Waarheid, 25 mei 1949, site delpher.nl; Bijz. Gerechtshof Ė Assen (bericht uitspraak in de zaak-Scholte Warrink), Provinciale Drentsche en Asser Courant, 31 mei 1949, site delpher.nl.