Wo2Slachtoffers.nl

Wittenberg, Albert Leonard

Geboortedatum:
14 april 1909 (Paramaribo (Sur.))
Overlijdensdatum:
13 april 1945 (Gardelegen, Saksen-Anhalt (Dld.))

Biografie

Woonde in Amsterdam, President Brandstraat 32-II. Zoon van Christina Henriette Wittenberg. Huwde op 28 juni 1933 met Janna Hendrika Jetten (1 oktober 1911 Amsterdam). Varensgezel, later werkzaam bij de brandweer (Verzetsmuseum Amsterdam)/timmerman (Erelijst van Gevallenen). Lid verzet. Hij sloot zich aan bij de linkse Bond van Surinaamse Arbeiders. Voor de oorlog was hij actief in de Communistische Partij van Nederland (CPN). Begin 1941 werd hij aangenomen bij de Luchtbeschermingsdienst. Albert Wittenberg en zijn echtgenote namen in 1943, zoals al eerder was afgesproken, de pas zes weken oude baby Betty van joodse buurmensen in huis. Zij deden alsof het hun eigen kind was en gaven haar de naam Betty Wittenberg. Bij de naaste buren riep het vragen op dat de Wittenbergs na een jongen en een meisje met een bruine huidskleur opeens een kindje met een veel lichter gekleurde huid hadden gekregen. Zij vertelden dat Janna een buitenechtelijke relatie had gehad en dat Betty daarvan het gevolg was geweest. De ouders, het echtpaar Saarlui-Vleesdraager, keerde na de oorlog niet terug. Zoals ontelbare anderen waren zij in een van de Duitse vernietigingskampen van het leven beroofd (1*). Ook Albert Wittenberg viel in Duitse handen. Op 10 juni 1944 werd hij gearresteerd. Hij was eerst gedetineerd in het huis van bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam en vervolgens tot 6 september 1944 in blok 19a in Kamp Vught. Toen het kamp werd opgeheven, vertrok hij met het laatste transport naar concentratiekamp Sachsenhausen. Op 16 oktober 1944 werd hij onder nummer 57732 ingeschreven in concentratiekamp Neuengamme. Het Amsterdamse Verzetsmuseum oppert dat hij daarna waarschijnlijk naar het concentratiekamp Dora-Mittelbau is overgeplaatst. Het is echter ook denkbaar dat hij in het buitenkamp Hannover-Stöcken is terechtgekomen. In beide opties is de trein waarin hij zich na de ontruiming van het kamp bevond, in een van de kleine treinstations in de Kreis Gardelegen gestrand. Hij werd met 1015 andere gevangenen vermoord in een veldschuur op het landgoed Isenschnibbe even ten noordoosten van de stad Gardelegen. Ondertussen was het zijn echtgenote gelukt om drie jonge kinderen door de Hongerwinter heen te helpen. Na de oorlog konden een oom en tante, die hadden overleefd, Betty niet opnemen. Zo nu en dan zag zij haar verwanten. Tijdens zo'n bezoekje nam de joodse familie Ryxman, die het meisje wilde adopteren, haar mee, zonder hierover mevrouw Wittenberg te informeren. Alle contact met de familie Wittenberg werd afgebroken. Na de dood van haar adoptieouders ging Betty Mock-Ryxman (2*) op zoek naar degenen die haar leven hadden gered. Zij herinnerde zich dat haar oom haar eens had verteld, waar haar ouders hadden gewoond. Op grond daarvan vond zij de dochter van het echtpaar Wittenberg, de enige van het gezin die nog leefde. Zo kreeg zij allerlei informatie over haar eerste levensjaren te horen. Zij wist te bereiken dat Albert Wittenberg en Janna Wittenberg-Jetten op 3 mei 2011 door de Yad Vashem-organisatie postuum werden onderscheiden als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Zie verder Schrijvers, Pieter Gerardus.
1*) Louis Sarlui ((8 juli 1910 Amsterdam – 30 juni 1943 Auschwitz (Pol.) en Schoontje Vleesdraager (14 juni 1912 Amsterdam – 3 september 1943).
(2*) Feitelijk was Betty Mock-Ryxman al haar vierde naam na Betty Sarlui, Betty Wittenberg en Betty Ryxman.

Begraven op Kerkhof te Gardelegen.

Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

Bronnen

Informatie:
Verzetsmuseum Amsterdam, Albert Leonard Wittenberg in het verzet; Digitaal Monument Neuengamme; Oorlogsgravenstichting; Erelijst van Gevallenen 1940-1945; Digitaal Monument Neuengamme; Stadsarchief Amsterdam (persoonskaarten).