Wo2Slachtoffers.nl

Kaspers, Klaas

Geboortedatum:
15 november 1918 (Terschelling)
Overlijdensdatum:
29 december 1942 (Leusden)

Biografie

Woonde in Rotterdam, Burgemeester Meineszlaan 63a. Zoon van Willem Kaspers (sergeant-torpedist bij marine tijdens Eerste Wereldoorlog/kapitein bij de Halcyon Lijn/kapitein op de Prins Maurits van de Oranjelijn, 22 april 1896 Terschelling – 11 februari 1980 West-Terschelling) en Neeltje Zeeders (20 augustus 1899 Terschelling – 13 februari 1986 West-Terschelling). Ongehuwd. Nachtwaker bij Museum Boymans in Rotterdam. Lid verzetsorganisatie Nederlandse Volksmilitie. Toen de Duitsers ons land binnenvielen, was sergeant Kaspers groepscommandant van de vierde sectie van de tweede compagnie van het 22ste Grensbataljon. In de vroege uurtjes van 10 mei 1940 ontmaskerde hij een (overval)groep van 28 Duitse soldaten, die zich als Nederlandse soldaten hadden vermomd. In het dagboek dat Kaspers van de invasie van de Duitsers en de latere krijgsgevangenschap heeft bijgehouden, schrijft hij: ''De geheele patrouille is voorzien van een rijwiel en houdt zich opvallend rustig. Niemand vermoedt, dat hier bedrog gepleegd wordt. Tot de inspectie met een zaklantaarn mij de eigenaardige vorm der mitrailleurs doet opvallen. Mitrailleurs met dunne lopen en gaatjes aan de zijkanten. Het officiële bewijsje (1*) doet mij echter twijfelen tussen echt of onecht. Ik besluit tot een list en deel de pseudo 'sergeant' mede, dat ik de luitenant wil raadplegen. Deze is echter nergens te vinden. Dan vraag ik de 'Sergeant' of hij het 'woord' (2*) weet. Hij antwoordt met de vraag: 'Met welk recht vraagt U dat?' Dan besluit ik om te handelen. Ik geef fluisterend order om alles met scherp te laden en de mensen met groepjes van drie man tussen de huizen post te laten innemen. De lichte mitrailleur M20 laat ik eveneens met scherp laden en +/- 30 meter van de patrouille verwijderd stelling nemen. Tussen de bedrijven door heb ik het compagniesbureau gebeld om te vragen of ze iets van een patrouille afweten. In Duiven weten ze echter nergens van. Dan besluit ik blunder of geen blunder, de gehele patrouille te ontwapenen. Ik wijs de sergeant op de situatie die ik geschapen heb en geef hem in overweging om de wapens neer te leggen, daar ik anders onmiddellijk bevel zal geven om te vuren. De aanvoerder besluit de wapens in te leveren. Man voor man levert dan zijn wapens in. Ik gelast dan, dat de woordvoerder zijn mensen laat richten en hij commandeert 'Zwei Gelid'. Er is nu geen twijfel meer mogelijk. Wij hebben te doen met Duitse soldaten in Hollands uniform. De Duitse handleiding op een lichtkogel geeft mij zekerheid. De helmen blijken van karton te zijn.'' Weldra waren de rollen echter omgekeerd en bleek ook Kaspers' eenheid niet tegen de Duitsers opgewassen. Hij werd krijgsgevangen genomen (nummer 30392) en naar Duitsland vervoerd, waar hij uiteindelijk in Stalag II-D bij Stargard terechtkwam. De krijgsgevangenschap duurde een week of vier. Na zijn terugkeer in ons land ging hij bij de Opbouwdienst aan het werk als bewaker bij een 'beutedepot' in Leiden. Toen hij apparatuur probeerde te vernielen, gaf de leiding hem te verstaan dat hij kon vertrekken. Daarna volgde hij in Amsterdam een opleiding aan de Vakschool voor Civiel Personeel voor de Koopvaardij. Hij kon door de oorlog geen baan in de koopvaardij krijgen. Met ingang van 17 oktober 1941 trad Kaspers als nachtwaker bij Museum Boymans in dienst. Bij het museum kwam hij in aanraking met de NVM. Hij werd wapeninstructeur bij deze verzetsorganisatie. In de herfst van 1942 werd de NVM opgerold. Volgens Johan van der Wal, die een proefschrift over Terschelling in de Tweede Wereldoorlog heeft geschreven, is hij mogelijk ook betrokken geweest bij de verzetsgroep Het Geuzenvendel. Kaspers verbleef als gevangene in cel 720 van het Oranjehotel. Eind november 1942 werd hij naar de Wehrmachtgefängnis in Utrecht vervoerd. Op 4 december 1942 legde een Duitse krijgsraad hem de doodstraf op. Op de Leusderheide is hij met leden van de NVM en de CPN gefusilleerd. Moeder Kaspers ging in de oorlog als gevolg van de bombardementen naar Terschelling terug. Zijn vader keerde begin oktober 1945 met zijn schip in ons land terug en kon zo de herbegrafenis van zijn zoon bijwonen.
(1*) De groep Duitsers had een zogenaamd door defensieminister Adriaan Dijxhoorn ondertekend briefje bij zich dat een patrouilletocht langs een aantal plaatsen, waaronder Didam en Beek, werd gehouden.
(2*) Het op dat moment gehanteerde wachtwoord.

Begraven in een massa(veld)graf op de Leusderheide. In september 1945 werd dit massagraf ontdekt. Op 9 november 1945 vond de herbegrafenis op West-Terschelling plaats op de Oude Gemeentelijke Begraafplaats, vak 20, nr. 18.

Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

Bronnen

Informatie:
Dagboek van sergeant Klaas Kaspers, site westervoort1940.nl; Sergeant Klaas Kaspers, site westervoort1940.nl; Johan van der Wal, We vieren het pas als iedereen terug is, Terschelling in de Tweede Wereldoorlog, Van Wijnen, Frankeker, 2007; Oorlogsgravenstichting; Erelijst van Gevangenen 1940-1945; voormalige site Genlias/site wiewaswie.nl (waaronder overlijdensakten 175/1945 gemeente Leusden en 144 s1-037/1946 gemeente Rotterdam); genealogieonline.nl (stamboom Leemborg).